Opknappen met een prismabril

De term prismabril is precies zoals het doet vermoeden; een bril met daarin een prismatische correctie verwerkt. Er bestaan diverse methoden om een prismaglas op te meten met verschillende doeleinden. Doordat iedere methode verschilt wisselt de te adviseren prismasterkte. In dit artikel wordt de unieke methode van het NeuroVisueel Centrum beschreven en voor welke doeleinden het wordt gebruikt.

Naast sterkte in een bril om duidelijk te zien, kan een prisma in het glas worden vervaardigd.Een prisma zorgt ervoor dat de inkomende lichtstraal van positie verandert. Dit houdt in dat bv. een sterkte van 1 prisma (aangeduid door het teken Δ) het beeld op 1 meter afstand1 cm verschuift. Het is mogelijk dat men tijdens de oogmeting ontdekt dat het moeilijk is om goed te focussen of, anders gezegd, dat de ogen moeite hebben om “de twee beelden op elkaar te plakken”. In dat geval kan een prismaglas ervoor zorgen dat de beelden gemakkelijker over elkaar schuiven zodat het minder moeite kost om goed te zien.

De werking van een prismaglas is bij iedere methode gelijk, maar hoeveel prismaen hoe men aan de prismawaarde komt, verschilt enorm per methode
én vaak per beroepsbeoefenaar.

We kunnen grofweg de diversiteit aan prismamethodieken opdelen in twee groepen. De eerste groep noemen we de directe prismamethode, tweede groep logischerwijs indirecte prismamethode. Het verschil tussen de methodieken heeft hoofdzakelijk te maken met de vraagstelling, de opbouw van de meetruimte, de aanwezigheid van het zogenaamde prisma-eten en of er rekening wordt gehouden met het compensatiegedrag van de lichaamshouding. Het is heel belangrijk om te beseffen dat eenlichaam zich vanaf de kindertijd probeert te compenseren als er problemen zijn met de samenwerking van de ogen. Het lichaam gaat als het ware scheef staan om recht te zien waardoor veel oneffenheden onzichtbaar blijven tijdens een meting! De grote vraag is of een methode dit doorziet!

Dr. Vincent van Pelt; De ogen en de voeten vormen de basis voor de opgerichte houding.Zonder voetcontact en oogcontact is de ruimtelijke oriëntering compleet verstoord. (ter Harmsel & Schallmey).

Het is de kunst om als beroepsbeoefenaar eender welke prismamethode, een prisma te adviseren die balans brengt in de algehele visuele informatieverwerking zonder afhankelijkheid van de prisma zelf! Uiteraard kan een gezonde afhankelijkheid ontstaan om de bril te willen dragen wanneer een prismaeen scala aan klachten doet verdwijnen maar het mag nooit eindigen wanneer de prisma uit de bril wordt verwijderd, dat de persoon zijn sensorische fusievermogen om met twee ogen samen te werken verliest. Een prismacorrectie mag alleen worden geadviseerd wanneer conflicten binnen de samenwerking tussen beide ogen van niet-pathologische aard zijn! Het is enkel en alleen voorbehouden aan oogartsen (en orthoptisten) om prisma’s voor te schrijven wanneer de samenwerking zichtbaar niet goed verloopt door bv. ontwikkelingsproblematiek of een pathologie.

Directe prismamethode vs. Indirecte prismamethode

Tijdens de oogmeting om de sterkte te achterhalen voor scherp zicht, wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde subjectieve refractie. Dit profiel van subjectief refractioneren is Europees gelijkgesteld en dient men te volgen. Tijdens deze ogentest wordt aan de proefpersoon gevraagd welk glas het scherpste zicht geeft. Het bekende "glaasje-één-of-twee beter". Uiteindelijk wordt bepaald hoeveel sterkte voor veraf en nabij nodig is om het brandpunt precies op het netvlies te krijgen en scherp te zien. In de vastgelegde competenties staat dat de opticien ook de samenwerking van de ogen moet onderzoeken en in samenspraak met de proefpersoon mag corrigeren, het zogenaamde binoculaire zien. Hier bestaat echter een diversiteit aan mogelijkheden. Zo kan de sterkte worden aangepast per oog om een betere binoculaire balans te krijgen. Eveneens kan ook een prismaglas worden geadviseerd om de samenwerking tussen de ogen te verbeteren.

Tijdens een directe prismamethode (Haase Polatest, fixatie disparatie testen, gepolariseerde binoculaire testen etc.) zal met behulp van eenzelfde vraagstelling (vragen wat het beste lijkt) worden achterhaald hoeveel prisma nodig is om de samenwerking te vergemakkelijken. De proefpersoon blijftstil zitten in stoel. Er wordt onderzocht wanneer het zien moeizaam verloopt en daar vervolgens op geanticipeerd met een prismasterkte. Gedurende deze directe prismametingen is de proefpersoon instaat om met beide ogen samen te werken (fusie tussen beide ogen aanwezig tijdens de prismatest)en dus voor het merendeel nog in staat de oneffenheden zelf te compenseren. De oogmeetruimte is vaak niet afsluitbaar en volledig donker te maken waardoor altijd de mogelijkheid bestaat met het linkeroog en rechteroog tegelijk te kijken. Een opticien of optometrist meet in principe wat de proefpersoon op dat moment fijn vindt om naar te kijken, niet wat daadwerkelijk in rust nodig is.Hierdoor zal de prismasterkte verschillen per momentopname en dus ook per meting! Er is eenconsensus binnen de toepassing van de directe prismamethode omdat continuïteit van zorg verlenen en transparantie enigszins ontbreken waardoor niet iedere opticien er achterstaat, laat staan uitvoert.

Een frequent genoemd nadeel tijdens een directe prismameting is het zogenaamde prisma-eten. Dit houdt in dat de proefpersoon steeds meer prismasterkte nodig heeft om prettiger te zien. De ogen raken als het ware verwend doordat het visuele systeem minder inspanning moet leveren wanneer men leest. Het gevolg is dan het onjuist versterken van de zogenaamde 'nasale prisma'.

Het NeuroVisueel Centrum schrijft géén prismaglazen voor als uit de oogmeting blijkt dat deontwikkeling van de ogen geen volwaardige gezichtsscherpte (visus) bereikt of wanneer desamenwerking tussen beide ogen onvoldoende draagvlak heeft.

De Indirecte prismameting (zoals is meer een methode die probeert te achterhalen wat voor prisma de persoon daadwerkelijk nodig heeft wanneer de ogen in het donker een tijdelijke ruststand aannemen. De meting vindt plaats in een donkere ruimte en de proefpersoon moet een parcours wandelen met ogen open en gesloten. De hypothese is dat er een verkeerde aansturing naar de oogspieren ontstaat omwille van eenprobleem in het vestibulum (evenwichtsorgaan). Dat heeft een moeizaam evenwichtssysteem als gevolg. Er wordt tijdens de meting minder nadruk gelegd op of het lukt om met twee ogen samen te werken maar met name hoe de persoon dit doet en hoeveel prisma de persoon nodig heeft om weereen betere (visuele) balans te krijgen voor een beter evenwicht. Het voordeel van bovengenoemde prismamethode is dat er tijdens de test nauwelijks tot geen enkele vorm van prisma-eten ontstaat. Wanneer een persoon van origine een moeizame samenwerking tussen beide ogen heeft dan is het lichaam van kinds af aan het compenseren om goed te functioneren. Meestal heeft men daar geen last van totdat het compenseren niet meer lukt, bv. door een weerstand vermindering of eenongeluk. Er kunnen ook visuele ongemakken en overbelastingsklachten ontstaan als het compensatiegedrag bemoeilijkt wordt door externe factoren. Dat zijn bijvoorbeeld stress of vermoeidheid ervaren, boven 45 jaar zijn, niet meer zonder leesbril kunnen lezen. Vaak fluctueert het zicht en klachtenbeeld, afhankelijk van hoe goed de persoon zich voelt en/of door externe invloeden zoals schemer en nacht.

NeuroVisueel Centrum

Het NeuroVisueel Centrum is een centrum waar onderzoek naar de moeizame samenwerking tussen de ogen centraal staat. Zij maken gebruik van geringe prismacorrecties om Visuele Discrepantie (VD) te corrigeren. VD is de ongelijkheid tussen de samenwerking van beide ogen maar dan op verticaal vlak.Het ene oog ontvangt het beeld hoger of lager t.o.v. het andere oog en een prisma corrigeert dit hoogteverschil. Zonder prisma kan bv. een lateroflexie (hoofd gekanteld) van de nek ontstaan of draait de persoon zijn hoofd weg naar een kant om met de neus de lastige samenwerking te onderdrukken.De gehanteerde methode is een mix van beide prismamethoden, zowel direct als indirect. Om de prismabril te onderscheiden t.o.v. de andere methoden wordt het de VD-prismabril genoemd.

Naast het verhelpen van een diversiteit aan klachten (WAD, NAH, migraine, duizelig etc.) veroorzaakt door een onjuiste visuele balans, biedt het NeuroVisueel Centrum een cognitief programma aan voorkinderen en volwassenen met automatiseringsproblemen zoals dyslexie en dyscalculie. Door de voorbereidende taalvaardigheden op unieke wijze aan te leren, ontstaat alsnog het vermogen om gebruik te maken van een zogenaamd mentaal lexicon. Dit werkgeheugen ervaart u zelf wanneer u bv.het woord 'vogeltje' letter-voor-letter achteruit spelt. Deze visuele feedback (het ‘zien’ van taal) heeft een kind met automatiseringsproblemen niet! Dit is de reden waarom deze groep kinderen aanvankelijk de letter b en d hardnekkig omdraaiden.

"Wij maken geen prismabrillen maar een bril die de Visuele Discrepantiecorrigeert en daarom noemen wij het de VD-prismabril. Een bril alleen helpt nooit voldoende tegen destrijd om goed met taal om te gaan. Zelfreflectie bij het kind toepassen is onontbeerlijk!"

Voordelen VD-prismabril (Visuele Discrepantie-prismabril)

Wanneer de horizonhandhaving veel moeite kost, met andere woorden, wanneer een kind of volwassene moeite doet om in de verte de ogen samen recht vooruit te richten, wil dat niet persé zeggen dat er klachten ontstaan. Meestal wordt deze VD voor de verte gewoon perfect gecompenseerd vanuit de oog- en halsspieren. De oogarts zal tijdens de test om de gezichtsscherpte te achterhalen en de stereoscopisch zien test geen bijzonderheden aantreffen. Wanneer men dicht bijgaat lezen moet de persoon bovenop de compensatie voor de scheve horizon bij het ver zien extra gebruik te maken van verhoogde spierspanningen vanuit de hals om ook deze focus scherp en stabiel te houden. Vaak is tijdens deze momentopname niet veel oneffenheden te zien en wordt het beschouwd als zijnde 'goed'.

Er zijn echter veel kinderen die even wazig zien na opkijken van het lezen, die dansende letters ervaren, die een vinger onder de zin nodig hebben om de regelhoogte goed te volgen etc. Evenzo zijner volwassen die de testen 'goed' doorstaan maar aanhoudende nekklachten en hoofdpijn ervaren, of in het donker slecht zien (nachtblindheid). De samenwerking optimaliseren met een prisma zal deze klachten verminderen of doen verdwijnen! Het grootste verschil t.o.v. directe prismamethoden is dat het NeuroVisueel Centrum achterhaalt wat een persoon voor de verte in rust nodig heeft om een goede visuele horizon handhaving te waarborgen. Door dit geringe diepgewortelde hoogteverschil te corrigeren zal het instellen voor veraf en dichtbij vanzelf beter verlopen.

Het NeuroVisueel Centrum heeft de hypothese dat visuele ongemakken tijdens het lezen voordichtbij niet moet worden gecorrigeerd met nasale prismacorrecties om beter 'om het hoekje te kijken'maar moet worden gezien als gevolg van een onjuiste horizonhandhaving voor veraf.

Hypothese NeuroVisueel Centrum

Het NeuroVisueel Centrum gaat ervan uit dat de ruststand van de ogen in absolute rust ongeveer 20 graden uiteen staan (exofoor). Net voor het ontwaken van het lichaam zal met een zogeheten motorische fusie de ogen naar elkaar toe worden gericht. Wanneer de ogen worden geopend zal met behulp van de sensorische fusie de samenwerking worden voltooid. Wanneer er tijdens de ontwikkeling in de absolute ruststand een verticale afwijking tussen de ogen aanwezig is, zal het lichaam een verhoogde spiertonus vanuit de nek ontwikkelen teneinde dit hoogteverschil adequaat te compenseren. Middels deze verhoogde motorische fusie vanuit de spierketens (propioceptieve waarneming) staat de horizon recht. Nu kan een kind motorisch de ontwikkeling voortzetten. De horizonhandhaving gaat goed echter kost nu wel enige inspanning! Leesactiviteiten dichtbij vragen logischerwijs nog meer inspanning aangezien dit bovenop de horizon handhaving voor veraf zien komt. Wanneer met behulp van directe prismametingen wordt achterhaald wat de ruststand zou moeten zijn, dan laat het lichaam meestal een naar buiten gerichte oogstand (exofore) zien, echter dit zijn decontra-indicaties van het onevenredig convergeren.

Logo van Neurovisueel Centrum
Het intensief compenseren van de scheve horizon én daarbovenop de convergenties om dichtbij tekunnen lezen, zorgen tijdens een rustmeting voor een enorme verkeerde exofore 'contra indicatie'.

Je kan het vergelijken met een gewicht dat je op je handpalm probeert hoog te houden. Je bouwt spanning op om het gewicht omhoog te houden. Op het moment dat het gewicht wordt weggeduwd, springt je hand als contra-indicatie omhoog. Op dezelfde manier is de kans dus groot om contra-indicaties te meten als de ogen in rust worden gemeten/geanalyseerd. De ogen laten een buitenwaartse oogstand zien in rust maar dat is eigenlijk een gevolg van het krampachtig naar binnendraaien van de ogen waardoor ze in rust in tegenovergestelde richting staan. Het corrigeren van deze oogstand met nasale prismacorrecties lijkt prettig omdat de persoon minder de ogen naar binnen hoeft te draaien tijdens het lezen. Vervolgens wordt dit alsnog minder fijn en wil een persoon meer prismasterkte om relaxter te kijken. Nu wordt het prisma-eten! Tegelijk kan de situatie ontstaan dat de persoon het hoofd gaat draaien om met behulp van de neus de moeizame samenwerking tussen de ogen te onderdrukken.

VD-prismameting

De indirecte prismamethode van het NeuroVisueel Centrum wil achterhalen wat het geringe hoogteverschil is tussen beide ogen. Binnen een momentopname kan dit logischerwijs nooit worden bereikt omdat diverse spierketens vaak jarenlang zich hebben bemoeid met de compensatie. Vragen aan de ogen om tijdens een meting te ontspannen is hetzelfde vragen aan een bodybuilder om zijn spieren te ontspannen.

De opbouw van de meetruimte om de VD-prismabril op te meten is volledig lichtdicht en 6 meter lang.Er wordt expres geen gebruik gemaakt van een ingekorte ruimte en projectiespiegels omdat tijdens de testen de proefpersoon niet passief achter een phoropter mag zitten. De meetruimte moet donker zijn want wanneer er namelijk maar één lichtspleetje aanwezig is, ontstaat er fusie waardoor het werkelijke hoogteverschil zich nooit laat zien. De aangeboden test gebeurt met een ‘Gemodificeerde-Fusievrije-Schobertest’ met overeenkomstige monochromatische kleurenbril.

Een belangrijk uitgangspunt is de filosofie dat gecamoufleerde oneffenheden tussen de ogen zich niet openbaren zolang het lichaam kan compenseren. In de praktijk betekent dit: zolang de persoon met beide ogen kijkt, kan het lichaam nog steeds scheve compensaties uit de houding gebruiken om rechtte zien. Dit moet doorbroken worden als men de latente hoogteverschillen wil kunnen corrigeren. Het eerste contact is tijdens een intake waarin wordt gecontroleerd of er aanwijsbare vermoedens zijn dat de horizon scheef staat. Door bv. tijdens de fusievrije test kaarsrecht op het puntje van de stoel te gaan zitten of te gaan rechtstaan, kan worden waargenomen of het lichaam het zien beïnvloedt. Het wordt dan ineens duidelijk dat het lichaam daadwerkelijk nodig is ter ondersteuning om de twee ogen tegelijk te gebruiken. Vervolgens wordt een plan van aanpak besproken. Een interessant onderdeel is het afplakken van één oog. Vanwege de visuele lateralisatie zal een rechtshandig persoon het rechteroog, een linkshandige het linkeroog afplakken. De duur varieert vaneen weekend tot één week lang. Door onafgebroken voor bepaalde tijd één oog af te plakken, kunnende compensatoire dwangstanden vanuit de nek niet aanhouden omdat er geen reden voor is, kijkende met één oog. De diepgewortelde conditionering tussen beide ogen komt tot rust. Dan is het moment daar om de geringe hoogteverschillen te corrigeren met een prisma. De prisma is per individu uniek.Gemiddeld is de waarde van het verticale prisma 2.0Δ.

Door één oog kortdurend af te plakken én door aansluitend gebruik te makenvan de door het NeuroVisueel Centrum ontwikkelde Fusievrije-Gemodificeerde-Schobertest, wordt hethoogteverschil zichtbaar en krijg je antwoord waarom het totale zien belastend was."

Eenmaal de verticale deviatie gevonden en gecorrigeerd met een prismasterkte ontstaat eenverhoging van de belastbaarheid en een beter evenwichtssysteem in het lichaam. Op horizontaal vlak, exoforie (ogen naar buiten gericht) worden eigenlijk nooit prismacorrecties toegepast omdat het lichaam dit zelf van nature makkelijk kan. Opmerkelijk is dat na het corrigeren van de verticale deviatie er haast nooit meer een esoforie te zien is (ogen naar binnen gericht) terwijl voor aanvang dit vaak wel het geval was! Dit heeft te maken met het feit dat wanneer een persoon een (latent) verticaal verschil compenseert er onherroepelijk een rotatie naar binnen is gericht door de aanhechtende oogspieren.

Voetnoot

Het doel van het NeuroVisueel Centrum is personen helpen die oog gerelateerde klachten ondervinden van niet pathologische aard. Ook al kan een kind of een volwassene scherp zien en lijkt het diepte zien voldoende, soms kost dit zo veel moeite dat dit een sneeuwbaleffect veroorzaakt van conflicten in het lichaam. Hierdoor kunnen verschillende overbelastingsklachten ontstaan. Bij kinderen kan deze visuele ruis er ook voor zorgen dat sommige cognitieve processen, zoals het ontwikkelen vaneen Visueel Virtueel Werkgeheugen (mentale lexicon), niet ontstaan. Natuurlijk kan enkel een bril met prismacorrectie er niet voor zorgen dat voorbereidende leertaken en taalbegrip zomaar ontwikkelen.Wel kan de combinatie visuele ruis corrigeren (VD-prismabril) én tegelijk de betere ruimtelijke oriëntatie worden aangewend om de juiste leerstijl (auditieve synthese en schriftbeeldvorming) alsnog te ontwikkelen.

Het NeuroVisueel Centrum zal, zoals het Europees refractionerend profiel voor beroepsbeoefenaars aangeeft, nooit een VD-prismabril vervaardigen bij jonge kinderen met lagere gezichtsscherpte dan 10/10 of wanneer er sprake is van pathologische aard. Het is belangrijk bij twijfel om vroegtijdig eenkind met een lagere gezichtsscherpte door te sturen naar de oogarts en orthoptist. In België bestaat er een goed vangnet door de afgenomen CLB-visus onderzoeken. Het corrigeren van een geringe verticale prisma volgens de methode van het NeuroVisueel Centrum kan nooit leiden tot blijvende samenwerkingsproblemen. Dit is onmogelijk omdat met het volgen van de VD-prismameting geen afhankelijkheid ontstaat omdat men geen contra indicaties (horizontaal) corrigeert!

Terug naar boven.